Sinds 1 januari 2026 beperkt de werkloosheidshervorming van de coalitie Arizona voor het eerst in de geschiedenis van de Belgische sociale zekerheid het recht op werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Tot nu toe kon dit recht zonder algemene tijdslimiet behouden blijven, mits de toekenningsvoorwaarden werden nageleefd. Voortaan is het beperkt tot maximaal 24 maanden: een basisperiode van 12 maanden, waaraan tot 12 bijkomende maanden kunnen worden toegevoegd naargelang het beroepsverleden. De inschakelingsuitkeringen worden dan weer teruggebracht tot één jaar. Enkel personen van 55 jaar en ouder, met minstens 30 jaar loopbaan, ontsnappen aan deze beperking — een bescherming die volgens meerdere vakbondsorganisaties slechts een minderheid van de werknemers betreft.
De invoering gebeurde in opeenvolgende golven, die eerst de langdurig werklozen troffen. Resultaat: 115.000 mensen verloren hun uitkering tussen januari en april 2026 op nationaal niveau.
In Brussel is de impact onevenredig groot. Actiris schat dat 42.000 Brusselse werkzoekenden getroffen zullen worden door deze uitkeringsstops tussen januari 2026 en juli 2027, waarvan 36.000 al in de eerste zeven maanden van het jaar. Deze groep is aanzienlijk ouder (een derde is 50 jaar of ouder) en hoger opgeleid dan het gemiddelde van de werkzoekenden in het Gewest — een profiel dat de hervorming nochtans voorrang beloofde te geven bij de weg naar werk, niet naar bestaansonzekerheid.
De cijfers bevestigen de vrees die al bij de goedkeuring van de tekst werd geuit: in juli 2026 daalde het aantal vergoede werklozen in Brussel met 40% op jaarbasis, terwijl het aandeel ingeschrevenen dat afhankelijk werd van een OCMW met 70% steeg. Het gaat dus niet, zoals Actiris zelf benadrukte, om een werkelijke daling van de bestaansonzekerheid, maar om een verschuiving van de lasten: van federale werkloosheidsuitkeringen naar lokale sociale bijstand, gedragen door de gemeentelijke OCMW’s — die nu al onder druk staan door deze toevloed aan dossiers. De Brusselse werkloosheidsgraad, verre van te dalen, bedroeg 16% in augustus 2026.
Op juridisch vlak bevestigde het Grondwettelijk Hof begin september 2026 het principe van de tijdsbeperking, maar vernietigde het een overgangsbepaling die als discriminerend werd beschouwd tegenover bepaalde reeds ingeschreven langdurig werklozen — een gedeeltelijke terechtwijzing die de regering verplicht dit onderdeel van de tekst te herzien. Daarnaast werden bij het arbeidsauditoraat van Brussel enkele honderden individuele beroepen ingediend tegen uitsluitingen.
